Met AERIUS® Calculator berekent u de depositiebijdragen op beschermde
natuurgebieden. Op basis van de onderliggende modellen is het mogelijk
om voor activiteiten de emissies en bijbehorende depositie te berekenen.
Zo kunt u bijvoorbeeld de depositiebijdrage van een nieuwe woonwijk
berekenen, inclusief de verkeersaantrekkende werking. Of u berekent het
verschil tussen een bestaande situatie op een landbouwbedrijf en de
situatie na uitvoering van nieuw- of verbouwplannen. De resultaten van
de stikstofberekening kunt u vervolgens exporteren en gebruiken bij een
eventuele vergunningaanvraag.
Goed om te weten:
Berekeningen met AERIUS Calculator zijn anoniem en er wordt niets
opgeslagen. Zodra u uw browser afsluit, zijn alle invoergegevens en
rekenresultaten weer verdwenen. U kunt wel de invoer en resultaten van
de stikstofberekening exporteren - zie voor meer informatie het menu
Exporteren.
Niet alle browsers ondersteunen alle functionaliteiten van AERIUS
Calculator (volledig). Geadviseerd wordt om te werken met Google Chrome
of browsers met de Chromium codebase zoals Microsoft Edge.
AERIUS Calculator stap voor
stap
Het menu links bevat verschillende onderdelen:
Start met het maken van een nieuwe situatie, of door eerder
gemaakte bestanden te importeren
Maak of bewerk Invoer per situatie (emissiebronnen en/of
gebouwen)
Maak of bewerk Rekentaken om situaties door te rekenen
Bekijk de Resultaten in de applicatie, als u gekozen heeft
voor een doorrekening in de applicatie
Exporteer invoerbestanden, rapportages of rekentaken (kan
direct zonder eerst in applicatie te rekenen)
Linksonder in de menubalk heeft u nog extra mogelijkheden, naast het
aan- en uitzetten van deze helpfunctie:
U kunt Voorkeuren instellen: geef aan of u Geavanceerde
opties wilt voor het importeren of kies of u de kaartlagen automatisch
wilt aan- en uitzetten bij het bekijken van situaties en resultaten.
Tevens kunt u ervoor kiezen om deze context helpfunctie niet automatisch
mee te laten navigeren met de menukeuzes.
Ook is er een overzicht van de snelkeuzes voor
Toetsenbordbediening: hier vindt u hoe u veelvoorkomende
handelingen via het toetsenbord kunt oproepen.
Een link om het Handboek van AERIUS Calculator te
downloaden.
De knop voor Taalwissel.
Over het startmenu
Aanmaken nieuwe situatie
Om een nieuwe situatie aan te maken, klikt u op de knop 'Nieuwe
situatie'. U komt dan vanzelf in het menu Invoer terecht, alwaar u de
situatie kunt gaan aanmaken.
Importeren
Om bestanden te importeren sleept u ze in het witte kader
'Bestanden', of gebruik de knop 'Bladeren' om bestanden te kiezen. U
kunt bestanden uit een eerdere AERIUS-berekening importeren als .gml,
.pdf, .rcp of .zip. Klik op 'Importeer' om de bestanden toe te voegen.
Er zijn twee opties bij het importeren van bestanden: 'Basis' en
'Geavanceerd'.
Basis is de standaard manier als u AERIUS Calculator voor het eerst
opent. Met de basisoptie wordt elk bestand op een aparte regel getoond.
Klik op het pijltje links naast de naam van een bestand om details te
tonen: aantal emissiebronnen, gebouwen, etc. Met de basisoptie kunt bij
het importeren geen instellingen aanpassen.
Geavanceerd importeren stelt u in bij Voorkeuren in het linker menu.
Met deze optie verschijnt elke situatie als losse regel, ook als u
meerdere situaties per bestand toevoegt. Per situatie kunt u kiezen voor
het type gebruik: als 'Nieuwe situatie', 'Toevoegen in een bestaande
situatie' of 'Samenvoegen met een andere situatie' tijdens het
importeren. Zo kunt u combinaties maken van situaties uit verschillende
berekeningen. Afzonderlijke onderdelen van situaties (emissiebronnen,
gebouwen, rekenpunten, rekentaken en resultaten) kunt u aan- of
uitvinken en zo wel of niet meenemen bij het importeren. Ook kiest u bij
het importeren al welk type situatie gebruikt zal worden.
U keert terug naar dit importeerscherm als u elders in de applicatie
een bestand op het scherm sleept, of gebruik het Start-symbool in het
linker menu om hier terug te keren.
Invoer
Invoer
Onder het menu Invoer kunnen emissiebronnen en gebouwen worden
aangemaakt, bekeken en bewerkt. Emissiebronnen en gebouwen zijn altijd
onderdeel van een 'situatie', en er kunnen meerdere situaties worden
aangemaakt. Elke situatie wordt gekenmerkt met een naam, type (Beoogd,
Referentie, Tijdelijk, Saldering) en een rekenjaar.
Situaties aanmaken en
bewerken
Een nieuwe situatie maakt u aan door te klikken op het icoontje voor
Nieuwe situatie. U kunt ook een bestaande en in de dropdown
geselecteerde situatie Kopiëren met het kopieer icoontje, of verwijderen
met het prullenbakje.
U kunt elke situatie een eigen naam geven.
Daarnaast heeft een situatie een situatietype: Beoogd,
Referentie, Tijdelijk of Saldering.
Beoogd: de aan te vragen/de geplande situatie
Referentie: reeds vergunde/aanwezige situatie
Tijdelijk: tussentijdse situaties; situaties die plaatsvinden tussen
de Referentie en de Beoogde situatie
Saldering: emissiebronnen waarmee gesaldeerd mag worden. Bij een
salderingssituatie voert u ook een 'afroomfactor' in: het deel van de
depositiebijdrage van de salderingssituatie dat niet ingezet mag worden
door het eigen project maar dat afgeroomd wordt.
Tot slot heeft een situatie een rekenjaar. Bij het aanmaken van
een nieuwe situatie wordt standaard het huidige jaar weergegeven. Bij
het importeren van bestaande bestanden wordt het rekenjaar overgenomen
uit het geïmporteerde bestand. Alléén bij activiteiten waarbij de
emissie berekend wordt op basis van jaarafhankelijke emissiefactoren,
zoals bijvoorbeeld wegverkeer, leidt een ander rekenjaar ook tot een
andere emissie. Voor bijvoorbeeld stalemissies maakt het rekenjaar niet
uit voor de emissies: de emissiefactoren zijn niet
jaarafhankelijk.
Een situatie heeft minimaal één emissiebron met een emissie groter
dan 0 kg/j nodig om door te kunnen rekenen. Gebouwen als invoer zijn
optioneel, en alleen nodig als u de gebouwinvloed wilt meenemen in de
berekening.
Emissiebronnen aanmaken en
bewerken
Emissiebronnen maakt u altijd aan binnen één situatie. Bovenin kunt u
in de dropdown zien welke situatie geselecteerd is. Onder de
situatiekenmerken ziet u de bronnen- en gebouwenlijst.
Om een emissiebron aan te maken, voert u de volgende acties uit:
Klik op het pijltje naast Emissiebronnen, en klik vervolgens op
Nieuwe bron. In het paneel verschijnt nu de kolom om gegevens over de
emissiebron in te voeren.
Begin bij het invoeren van een Naam, Sectorgroep en eventueel
Sector. De sectorkeuze is relevant, omdat bij elk van de sectoren wordt
uitgegaan van specifieke kenmerken om tot de juiste emissiebepaling en
doorrekening te komen. In de sectorgroep Landbouw vindt u bijvoorbeeld
Stalemissies, Mestopslag, Landbouwgrond, Glastuinbouw en Vuurhaarden,
overig.
In het daaronder geopende blok geeft u de locatie en het type
geometrie (punt-, lijn- of vlakbron) op. Klik op de kaart om de locatie
van de emissiebron vast te leggen, zoek op postcode via het
vergrootglas-icoon of vul direct de coördinaten in als WKT-string. De
WKT-string wordt gebruikt om geometrische objecten te vertalen naar
coördinaten. Het gaat hierbij om een puntbron, een lijnbron of een
vlakbron. De volgende formats worden gebruikt voor deze objecten:
Er wordt in de WKT-string altijd gewerkt met twee decimalen.
Vervolgens verschijnen de bronkenmerken die horen bij de gekozen
sector, bijvoorbeeld gegevens over de stal. Bij Bronkenmerken vult u de
voor deze sector relevante gegevens in. Bij een stal gaat het
bijvoorbeeld om de kenmerken van een stal, onder meer de datum van
oprichting, wijze van ventilatie en uittreedhoogte. Dit is ook het blok
waar u kunt aangeven of er met gebouwinvloed gerekend moet worden.
Hierbij vinkt u 'gebouwinvloed' aan en kiest u het betreffende gebouw
uit de lijst. Indien het gebouw nog niet beschikbaar is, kunt u via
'Voeg toe' het gebouw aanmaken.
Tot slot kunt u in het laatste blok de emissies bepalen. In het
geval van stallen gebruikt u hiervoor het icoontje voor een 'Nieuwe
subbron', onder het blok Stalsystemen, dieren en aantallen. Via de
subbronnen kunt u informatie over huisvesting, aantal dieren en
eventueel aanvullende maatregelen invullen en deze bepalen de emissie. U
komt bij de subbronnen door op het wolk-icoontje te klikken.
Elke nieuwe bron verschijnt op de kaart en in de bronnenlijst. In het
paneel met de bronnenlijst, ziet en bewerkt u de invoergegevens. Door op
een bron in de lijst te klikken of er met de muis overheen te schuiven
wordt het detailscherm geopend. Hier zijn alle kenmerken van de bron
weergegeven. Het nog een keer bewerken kan via het potlood-icoon.
De lijst met emissiebronnen kunt u verder uitbreiden door
emissiebronnen te kopiëren of aan te maken. Het is ook mogelijk
emissiebronnen toe te voegen aan een reeds aangemaakte situatie, door
extra bestanden te importeren. Hiervoor gaat u terug naar het
Startscherm en zet u onder Voorkeuren 'geavanceerd importeren' aan.
Gebouwen aanmaken,
bewerken en koppelen
In geval het effect van depositie op natuurgebieden wordt bepaald
voor een project met stationaire bronnen, zoals industrie en stallen,
kan er sprake zijn van gebouwinvloed. Gebouwinvloed is relevant in het
model in situaties waarin de verspreiding van emissies wordt beïnvloed
door een dominant gebouw in directe omgeving van de bron. Het meenemen
van gebouwinvloed heeft tot gevolg dat in veel gevallen een hogere
(maximale) depositie wordt berekend dan wanneer gebouwinvloed niet wordt
meegenomen. Er dient alleen rekening te worden gehouden met
gebouwinvloed in het rekenmodel wanneer aan een aantal criteria wordt
voldaan. Zo hoeft dit alleen te worden meegenomen indien de beïnvloeding
gebeurt door een dominant gebouw en indien de bron binnen drie kilometer
van een N2000-gebied ligt. Een beschrijving hiervan is opgenomen in de
instructie
gegevensinvoer voor AERIUS Calculator.
Om een gebouw aan te maken, voert u de volgende acties uit:
Klik op het pijltje naast Gebouwen op het Invoerscherm om de
gebouwenlijst open te klappen en gebouwen in te zien of aan te
maken.
Nieuwe gebouwen kunnen worden toegevoegd door de omtrek op de kaart
te tekenen of de coördinaten van de geometrie op te geven.
Vervolgens geeft u de hoogte van het gebouw op. Daaronder ziet u een
weergave van de afmetingen en oriëntatie van het gebouw (altijd
rechthoekig) waarmee gerekend wordt. Net als bij emissiebronnen, worden
gebouwen op de kaart getoond, als onderdeel van de Invoer van de
situatie.
Het nieuwe gebouw verschijnt op de kaart en in de gebouwenlijst. In
het paneel met de gebouwenlijst ziet en bewerkt u de gebouwgegevens.
Door op een gebouw in de lijst te klikken of er met de muis overheen te
schuiven wordt het detailscherm geopend. Hier zijn alle kenmerken van
het gebouw weergegeven. Het aanpassen van een gebouw kan via het
potlood-icoon.
De lijst met gebouwen kunt u verder uitbreiden door gebouwen te
kopiëren of aan te maken. Het is ook mogelijk gebouwen toe te voegen aan
een reeds aangemaakte situatie, door extra bestanden te importeren.
Hiervoor gaat u terug naar het Startscherm en zet u onder Voorkeuren
'geavanceerd importeren' aan.
Let op: Om de impact van gebouwinvloed mee te nemen in de berekening,
vinkt u bij de bronkenmerken van de betreffende emissiebron
'Gebouwinvloed' aan en kiest welk gebouw u wilt koppelen. Deze stap moet
worden uitgevoerd voor alle bronnen waar gebouwinvloed van toepassing
is.
Over de kaart en
bijbehorende menubalk
Zodra u naar de menu onderdelen Invoer, Rekenpunten of Resultaten
gaat, verschijnt in het rechterpaneel de kaart. Op de kaart is ook een
menubalk te zien:
Het notificatiecentrum toont meldingen, waarschuwingen en fouten die
te maken hebben met de invoer, handelingen en de applicatie.
Een overzicht van alle beschikbare kaartlagen. Deze kunnen worden
aan- en uitgezet, de transparantie kan worden aangepast en de legenda
kan worden ingezien.
De labelfunctie maakt het mogelijk te kiezen op welke wijze bronnen,
gebouwen of rekenpunten getoond worden op de kaart: als nummers, met de
naam, of zonder labels.
De infomarker kan worden geplaatst op de kaart om informatie over
het gekozen hexagoon zichtbaar te maken. De informatie bevat de locatie,
de depositie en natuurgegevens over het gebied en de habitats.
Met het vergrootglas kunt u zoeken naar een locatie op de kaart.
Vervolgens wordt hier automatisch op ingezoomd.
Met de meetlat kunnen één of meerdere lijnen worden getekend waarna
de lengte van de lijn(en) zichtbaar wordt op de kaart (sluit een lijn af
met dubbelklik). Klik nogmaals op het meetlat-icoon om de functie af te
sluiten.
Door op de plus- of minsymbolen te klikken of het witte blokje te
schuiven kunt u in- en uitzoomen op de kaart. Inzoomen op een specifiek
gebied kan door SHIFT ingedrukt te houden, op de kaart te klikken en een
vierkantje te slepen over het gebied waar u wilt inzoomen.
Rekenpunten
Rekenpunten
Eigen rekenpunten kunnen worden toegevoegd door nieuwe rekenpunten
aan te maken of door ze te importeren vanuit een AERIUS Calculator
bestand. Eigen rekenpunten worden bijvoorbeeld gebruikt om depositie op
buitenlandse Natura 2000-gebieden te berekenen.
Er zijn twee opties beschikbaar om eigen rekenpunten aan te
maken:
Nieuw rekenpunt: u kunt handmatig rekenpunten plaatsen;
Automatisch bepalen: rekenpunten worden automatisch bepaald op basis
van de door u ingevoerde informatie.
Bij gebruik van de optie 'Nieuw rekenpunt' kunt u handmatig
rekenpunten plaatsen door op de kaart te klikken of door de coördinaten
in te voeren. Bij de optie 'Automatisch bepalen' zijn er meerdere
mogelijkheden:
Door een vinkje te plaatsen voor 'Buitenlandse natuurgebieden'
worden rekenpunten voorgesteld op Natura 2000-gebieden buiten Nederland,
binnen 25.000 m van de emissiebronnen.
Door een vinkje te plaatsen voor 'Op habitattypen in binnenland'
worden rekenpunten voorgesteld op alle relevante habitattypen in
Nederlandse Natura 2000-gebieden. Tevens wordt automatisch het
dichtstbijzijnde punt binnen de begrenzing van elk gebied berekend, als
dat dichterbij is dan het dichtstbijzijnde habitattype. Een straal tot
25.000 m kan worden opgegeven.
Ook kiest u een uitgangssituatie om de punten te laten bepalen.
AERIUS gebruikt de locatie van de emissiebronnen in de gekozen situatie
en de aangevinkte keuzes om de locatie van de rekenpunten te
bepalen.
Klik op 'Bepaal' wanneer de selecties gemaakt zijn. Klik op 'Voeg
toe' om de automatisch gegenereerde punten toe te voegen aan de lijst
met rekenpunten.
Rekentaken
Rekentaken
Onder het menu 'Rekentaken' kunt u rekentaken aanmaken, bekijken en
bewerken. U kunt meerdere rekentaken aanmaken. Een nieuwe rekentaak
maakt u aan door op 'Nieuwe rekentaak' te klikken. Als u een bestand
heeft geïmporteerd dat al een rekentaak bevatte, kunt u deze inzien en
bewerken. U kunt rekentaken ook verwijderen met het prullenbakje.
Hiervoor moet u de rekentaak eerst openklappen. Een rekentaak bestaat
uit een selectie van situaties die samen doorgerekend worden, en een
keuze voor de rekenmethode. Welke situaties u kunt kiezen hangt af van
het type rekentaak. In de keuzelijst naast Type rekentaak kiest u een
type:
Een Projectberekening is bedoeld voor een berekening behorende bij
een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een Natura
2000-activiteit. Een Projectberekening moet één Beoogde situatie
bevatten (de aan te vragen situatie), en kan optioneel een Referentie
en/of Salderingssituatie bevatten (deze worden dan in mindering
gebracht).
Een Maximaal tijdelijk effect berekening is bedoeld om van meerdere
tijdelijke situaties per hexagoon de maximale depositie te bepalen,
eventueel rekening houdend met de aftrek van een Referentie en/of
Salderingssituatie. Een berekening voor Maximaal tijdelijk effect moet
minimaal één Tijdelijke situatie bevatten en kan geen Beoogde situatie
bevatten.
Een Enkele situatie is bedoeld om één situatie door te kunnen
rekenen, ongeacht het type.
In het rechter paneel staat een overzicht van alle aangemaakte
situaties, inclusief een samenvatting van de belangrijkste invoer, zoals
rekenjaar, afroomfactor, aantal emissiebronnen, emissies van
stikstofoxiden (NOₓ) en ammoniak (NH₃). Situaties die onderdeel zijn van
de geselecteerde rekentaak zijn gemarkeerd met een blauwe lijn aan de
linkerkant. In de keuzelijst naast Rekenmethode kiest u op welke wijze
resultaten berekend moeten worden:
OwN2000-methode berekent automatisch de resultaten die relevant zijn
voor de toestemmingverlening, inclusief eventuele eigen rekenpunten.
Kies deze optie voor resultaten voor een vergunningaanvraag;
Alleen eigen rekenpunten berekent resultaten op alleen de eigen
rekenpunten binnen 25km (snellere berekening).
Rekentaak starten
Klik op 'Exporteer' om de rekentaak direct te starten en te
exporteren. Klik op 'Bereken' om het rekenen te starten en de resultaten
weer te geven in AERIUS Calculator.
Resultaten
Resultaten
Tijdens het rekenen wordt met de voortgangsindicator aangegeven hoe
ver de berekening is gevorderd. Als het druk is, wordt hiervan een
melding gemaakt. U kunt de berekening afbreken met de knop 'Berekening
afbreken'. In het berichtencentrum vindt u informatie over wanneer de
berekening gestart en voltooid is.
Resultaten per rekentaak
In de linkerbovenhoek van het resultaatscherm kiest u van welke
rekentaak de resultaten worden getoond. Bovenaan het Resultaatscherm
staan vier keuzelijsten.
Bij 'Situatie' ziet u voor welke situatie uit de rekentaak de
resultaten worden getoond. U kunt ook wisselen naar resultaten van een
andere situatie uit de rekentaak.
Bij 'Resultaat' kunt u aangeven welke berekening u wilt inzien:
De Projectberekening (alleen beschikbaar voor Beoogde situaties in
rekentaken van het type Projectberekening) toont de berekende
depositietoename of - afname van de Beoogde situatie, rekening houdend
met een eventuele referentie- en/of saldering situatie in de
rekentaak.
Het Maximaal tijdelijk effect: (alleen beschikbaar voor de
tijdelijke situaties binnen rekentaken van het type Maximaal tijdelijk
effect) toont per hexagoon de hoogste maximale bijdrage van alle
tijdelijke situaties in de rekentaak, verminderd met de bijdrage van een
eventuele referentie- en/of saldering situatie in de rekentaak.
Het Situatieresultaat (beschikbaar voor alle situaties in alle
rekentaak typen) toont altijd de rekenresultaten van één enkele
situatie. Dit type resultaat is beschikbaar voor alle situaties. Bij een
salderingssituatie, worden de afgeroomde resultaten getoond.
Bij 'Stof' ziet u dat er is gerekend voor zowel emissies van
stikstofoxiden (NOx) als ammoniak (NH₃).
Bij 'Weergave' kunt u kiezen uit de opties 'OwN2000-registratieset',
relevante hexagonen, en eigen rekenpunten. De standaardinstelling is de
'OwN2000-registratieset'. Dit is het deel van de relevante hexagonen dat
relevant is voor de toetsing in het kader van toestemmingsverlening. Het
gaat om relevante hexagonen waar sprake is van een overbelasting van de
meest kritische depositiewaarde, of een naderende overbelasting van de
meest kritische depositiewaarde. Er is sprake van een naderende
overbelasting wanneer de achtergronddepositie minder dan 70 mol onder de
KDW ligt. De relevante hexagonen zijn alle hexagonen in Natura
2000-gebieden die stikstofgevoelige natuur bevatten. Wanneer u eigen
rekenpunten heeft aangemaakt, kunt u ook kiezen om alleen de resultaten
voor eigen rekenpunten te bekijken. Specifiek voor Projectberekeningen
en berekeningen voor het Maximaal tijdelijk effect, kunt u soms
aanvullend kiezen om resultaten alleen te zien op de hexagonen met of
juist zonder 'mogelijk randeffect'. Deze optie is beschikbaar voor
'Projectberekeningen' en 'Maximaal tijdelijk effect berekeningen' als er
sprake is van een Referentiesituatie in de rekentaak. De hexagonen met
mogelijk randeffect zijn de hexagonen die wel emissiebronnen binnen 25
km hebben liggen, maar niet alle emissiebronnen uit de rekentaak.
Hierdoor is er niet voor alle bronnen in de rekentaak een bijdrage
berekend, alleen voor de bronnen binnen 25 km van het hexagoon.
Kentallen
Voor de gekozen combinatie van situatie, resultaat en weergave worden
de belangrijkste resultaten getoond in de witte balk.
Let op: Wanneer de door u ingevoerde activiteit geen significante
resultaten oplevert, dan ziet u in plaats van een waarde een liggend
streepje en de melding 'Er zijn geen resultaten voor deze weergave'.
Deze melding betekent dat er voor het doorgerekende project of de
doorgerekende situatie geen resultaten zijn berekend die gelijk zijn aan
of hoger dan 0,005 mol.
U ziet de volgende kentallen in beeld:
Berekend (hectare gekarteerd): u ziet op hoeveel hectaren AERIUS
heeft gerekend. Het gekarteerd oppervlak is het oppervlak binnen elk
hexagoon, waar zich daadwerkelijk stikstofgevoelige natuur bevindt.
Hoogste total depositie (mol N/ha/jr): dit is de depositie op het
hexagoon met de hoogste optelsom van achtergronddepositie en depositie
als gevolg van de ingevoerde activiteit, in mol stikstof per hectare per
jaar.
Met toename (ha gekarteerd): u ziet op hoeveel hectare een toename
van stikstofdepositie berekend is, weergegeven in hectare gekarteerd
oppervlak.
Grootste toename (mol N/ha/jr): dit is de toename op het hexagoon
waar de toename van stikstofdepositie als gevolg van de ingevoerde
activiteit het grootst is.
Met afname (ha gekarteerd): u ziet op hoeveel hectare een afname van
stikstofdepositie berekend is, weergegeven in hectare gekarteerd
oppervlak.
Grootste afname (mol N/ha/jr): dit is de afname op het hexagoon waar
de afname van stikstofdepositie als gevolg van de ingevoerde activiteit
het grootst is.
Resultaat tabbladen
In de tabbladen onder de witte balk kunnen de resultaten op
verschillende manieren worden bekeken. Selecteer een tabblad en de
informatie op de kaart wijzigt mee. Klik op het symbool naast een
natuurgebied om op de kaart in te zoomen naar dat gebied. U ziet de
tabbladen 'Depositieverdeling', 'Markers' en 'Habitattypen'.
Tabblad Depositieverdeling
Onder 'Depositieverdeling' ziet u de verdeling van depositie naar
oppervlakte per natuurgebied in mol stikstof per hectare per jaar. Hier
vindt u een lijst van alle Natura 2000-gebieden waar een depositie op
berekend is. Het bovenste gebied, is het gebied waarop de hoogste
depositie berekend is. Wanneer u klikt op een Natura 2000-gebied, klapt
een nieuw venster uit waarin een staafdiagram wordt getoond. Hier ziet u
de verdeling van depositie in het betreffende gebied. U kunt klikken op
de gegevens om alleen specifieke gegevens op de kaart te tonen. Er
verschijnt een blauw balkje onder de gegevens die u heeft geselecteerd.
U kunt de kaart verslepen en inzoomen om de betreffende hexagonen beter
in beeld te krijgen.
Tabblad Markers
Naast het tabblad 'Depositieverdeling' vindt u het tabblad 'Markers'.
Per type resultaat (te selecteren in het dropdownmenu 'Resultaat') ziet
u verschillende markers:
Situatieresultaat
Hoogste bijdrage (roze met punt)
Hoogste totale depositie (paars met *)
Projectberekening
Grootste toename (roze met +)
Grootste afname (roze met -)
Hoogste totale depositie (paars met *)
Maximaal tijdelijk effect (alleen beschikbaar bij berekeningen die
een tijdelijke situatie bevatten)
Hoogste maximaal effect (oranje met ^)
Hoogste totale depositie (paars met *)
Wanneer u dit tabblad opent, worden per Natura 2000-gebied markers
getoond, afhankelijk van het type resultaat. Alle data worden gegeven in
mol per hectare per jaar. In de tabel ziet u de gegevens per marker. U
ziet de markers ook op de kaart. Een marker met twee kleuren/iconen
betekent dat beide markers op hetzelfde hexagoon liggen.
Tabblad Habitattypen
Het derde tabblad is het tabblad 'Habitattypen'. Wanneer u op dit
tabblad klikt, wordt automatisch de kaartlaag 'stikstofgevoelige
habitattypen' geopend. Zo wordt direct zichtbaar waar stikstofgevoelige
natuur ligt. Per Natura 2000-gebied ziet u een lijst van habitattypen
die voorkomen in het gebied. Wanneer u met de muis over de habitattypen
beweegt, lichten deze op op de kaart. U kunt ook op een habitattype
klikken om deze zichtbaar te houden. In de tabel is daarnaast informatie
over het habitattype beschikbaar, en u ziet het berekende oppervlak en
de KDW van het habitattype. U kunt diverse opties laten tonen in deze
tabel. Automatisch is de optie 'Hoogste % KDW' geselecteerd. U kunt ook
kiezen voor 'Hoogste totale depositie', 'Grootste toename' of 'Grootste
afname'.
Infomarker
Tot slot kunt u ook de infomarker gebruiken om de resultaten van een
berekening verder te analyseren. Na het maken van een berekening, kunt u
de infomarker uit de menubalk gebruiken door te klikken op de kaart. U
kunt bijvoorbeeld het hexagoon met de grootste depositietoename
selecteren met de infomarker. De resultaten worden dan op
hexagoon-niveau getoond. Onder het uitklappaneel 'Resultaat' ziet u de
achtergronddepositie en de berekende depositie die wordt veroorzaakt als
gevolg van het ingevoerde project. Op dezelfde manier kunt u ook de
resultaten op andere hexagonen bekijken.
Exporteren
Exporteren
Er zijn drie opties beschikbaar om bestanden uit AERIUS Calculator te
exporteren:
Invoerbestanden: GML-bestand per situatie, met alle invoer
informatie, zoals bronnen, gebouwen en eigen rekenpunten. Dit bestand
kan gebruikt worden om de invoer op te slaan en er later verder mee te
rekenen in Calculator of Connect (ook bij zeer veel bronnen)
Rekentaak: GML-bestand voor iedere situatie uit de geselecteerde
rekentaak, met de invoer informatie, rekentaakinstellingen en alle
resultaten per situatie op de set relevante hexagonen. Dit bestand kan
gebruikt worden om de rekenresultaten te bewaren en te importeren in
Calculator of een GIS applicatie voor verdere analyse.
Rapportage: pdf-bestand met invoer informatie en een samenvatting
van de rekenresultaten. In het bestand zijn de invoerbestanden besloten.
Bij inladen van dit bestand worden de invoergegevens geïmporteerd. Dit
bestand kan gebruikt worden als bijlage bij een vergunningsaanvraag.
Deze optie is alleen beschikbaar voor een 'Projectberekening' .
Indien er sprake is van een Projectberekening met een
Referentiesituatie, kan er tevens een pdf-bestand als bijlage worden
geëxporteerd met een samenvatting van de resultaten met en zonder
randeffect. Deze bijlage kan niet worden geïmporteerd.
Bij het exporteren van een Projectberekening als pdf is het verplicht
aanvullende informatie in te vullen ten behoeve van
toestemmingverlening. Bij de export van een GML is dit optioneel. Om te
exporteren dient er een e-mailadres ingevuld te worden. Het exporteren
kan worden geannuleerd door op het prullenbakje te klikken. Een
indicatie van de rekenwachtrij voor exporteren wordt weergegeven.
Er verschijnt een downloadlink in het notificatiecentrum en onder de
knop 'Exporteer' zodra de bestanden gereed zijn.
Privacy
Er worden geen ingevoerde gegevens opgeslagen in AERIUS. Ingevulde
e-mailadressen worden verwijderd zodra de mail verzonden is.